Gepubliceerd op donderdag 30 april 2026
IEF 23512
Gerecht EU (voorheen GvEA) ||
29 apr 2026
Gerecht EU (voorheen GvEA) 29 apr 2026, IEF 23512; ECLI:EU:T:2026:297 ((Wazdan tegen EUIPO)), https://reclameboek.minab.nl/artikelen/3-coins-mist-onderscheidend-vermogen-volgens-het-gerecht-eu

"3 Coins" mist onderscheidend vermogen volgens het Gerecht EU

Gerecht EU 29 april 2026, IEF23512, IT5245, ECLI:EU:T:2026:297 (Wazdan tegen EUIPO). In deze zaak heeft het Gerecht van de Europese Unie uitspraak gedaan in het beroep van Wazdan Innovations tegen het EUIPO over de aanvraag van het Uniewoordmerk “3 Coins”. De aanvraag zag op speeljetons, gezelschapsspellen, dobbelstenen, draagbare videospelconsoles, elektronische spellen en diverse softwarediensten in de klassen 28 en 42. De vierde kamer van beroep had geoordeeld dat het teken voor alle betrokken waren en diensten elk onderscheidend vermogen mist. De weigering had geen betrekking op de dienst “ontwerp van onlinespellen” in klasse 42. Wazdan verzocht het Gerecht primair om de bestreden beslissing te wijzigen en subsidiair om vernietiging daarvan. Het Gerecht oordeelde echter dat het niet bevoegd is om de beslissing zodanig te wijzigen dat het merk wordt ingeschreven, en beperkte zich daarom tot een inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot vernietiging. Centraal stond de vraag of het teken “3 Coins” onderscheidend vermogen heeft in de zin van artikel 7, lid 1, onder b, van Verordening (EU) 2017/1001. Het Gerecht herhaalde dat een merk onderscheidend vermogen heeft wanneer het geschikt is om de betrokken waren of diensten te identificeren als afkomstig van een bepaalde onderneming en deze te onderscheiden van die van andere ondernemingen. Deze beoordeling moet plaatsvinden in het licht van de aard van de betrokken 'waren en diensten' en de perceptie van het relevante publiek. Dat publiek bestaat uit het algemene publiek dat geïnteresseerd is in games, kans- en gokspellen, met daarnaast voor bepaalde diensten in klasse 42 een professioneel publiek. Het Gerecht benadrukte dat een teken ook zonder strikt beschrijvend te zijn niet-onderscheidend kan zijn. Het was dus niet vereist dat EUIPO aantoont dat “3 Coins” een concreet kenmerk van de betrokken waren of diensten rechtstreeks beschrijft, zolang het relevante publiek het teken niet als aanduiding van commerciële herkomst zal opvatten. In dit verband oordeelde het Gerecht dat het element “coin” in de spelcontext een gangbaar en betekenisvol begrip is, bijvoorbeeld als middel om een spel te starten, als speleenheid, als beloning of als (virtuele of crypto) valuta.

Tegen deze achtergrond zal het relevante publiek “3 Coins” begrijpen als informatie over de aard, werking, regels of het doel van een spel, zoals het aantal munten dat nodig is om te spelen, en niet als aanduiding van commerciële herkomst. Dit geldt ook voor de betrokken softwarediensten in klasse 42. Het Gerecht overwoog verder dat de kamer van beroep niet verplicht was om voor elke afzonderlijke waar of dienst alle mogelijke kenmerken uitputtend te beschrijven, zolang voldoende duidelijk is hoe het relevante publiek het teken in de gegeven context zal begrijpen. Voor zover Wazdan zich beriep op intrinsiek onderscheidend vermogen, rustte op haar de bewijslast om met concrete en onderbouwde gegevens aannemelijk te maken dat het teken als merk wordt opgevat, hetgeen zij niet heeft gedaan. Het beroep op eerdere beslissingen van EUIPO waarin andere merken met het element “coins” waren ingeschreven, werd eveneens verworpen. Het Gerecht benadrukte dat de beoordeling van de inschrijfbaarheid een gebonden bevoegdheid is en uitsluitend moet plaatsvinden aan de hand van de toepasselijke regelgeving en rechtspraak. Eerdere beslissingen kunnen daaraan niet afdoen en scheppen geen gerechtvaardigd vertrouwen, nu daarvoor precieze en ondubbelzinnige toezeggingen van een bevoegde instantie vereist zijn. Ook de motiveringsklacht faalde. De kamer van beroep had voldoende duidelijk uiteengezet waarom “3 Coins” als informatief wordt opgevat, terwijl Wazdan in wezen de inhoudelijke beoordeling bestreed. Het beroep werd in zijn geheel afgewezen en Wazdan werd veroordeeld in haar eigen kosten en in die van EUIPO. Daarmee bevestigt het Gerecht dat “3 Coins” in de context van gaming en gokdiensten wordt opgevat als informatie over de aard, werking, regels of het doel van het spel, en niet als aanduiding van commerciële herkomst.

22. Als eerste punt dient te worden opgemerkt dat de Raad van Beroep van oordeel was dat alle producten en diensten in kwestie primair gericht waren op het grote publiek, in het bijzonder op mensen die geïnteresseerd zijn in gokken en een gemiddelde aandachtsspanne hebben. De Raad merkte tevens op dat de online game-ontwerpdiensten die onder Klasse 42 vallen, primair gericht waren op een professioneel publiek met een bovengemiddelde aandachtsspanne. De aanvrager heeft deze beoordelingen niet betwist. 

30. In de onderhavige zaak oordeelde de Raad van Beroep dat de Engelse term ‘coin’ verwijst naar een geldstuk en dat in de spelwereld (digitale spellen, gokautomaten of kansspelen) munten een veelgebruikt element zijn, met name om een ​​spel te starten, een speeleenheid aan te duiden of een beloning te verkrijgen. Dit gebruik wordt bevestigd door wijdverbreide praktijken in videogames en kansspelen, waaronder in de vorm van virtuele valuta of cryptovaluta. Met betrekking tot elektronische spellen en draagbare computerspellen die onder Klasse 28 vallen, verduidelijkte de Raad van Beroep dat dit een brede categorie is die met name spellen met munten omvat. De Raad gaf ook aan dat de uitdrukking ‘3 coins’ kan worden opgevat als een algemene verwijzing naar de aard, het doel of de regels van een spel dat bijvoorbeeld drie munten vereist. Bovendien worden sommige van de spelsoftwarediensten die onder Klasse 42 vallen, afgezien van online game-ontwerp, aan eindgebruikers aangeboden op abonnementsbasis. De term ‘3 coins’ zal daarom worden opgevat als verwijzend naar informatie over de aard van de producten of diensten, en niet naar hun commerciële oorsprong. Er is derhalve geen grond om de bevinding van de Raad van Beroep aan te vechten, die met name is gebaseerd op specifieke voorbeelden van spellen waarin munten worden gebruikt en op een beschrijving van de functies van munten binnen die spellen, namelijk dat het algemeen gebruik van munten in spellen een bekend feit is.

31. Daarnaast bevestigt de aanvrager zelf dat, in de context van de betreffende producten en diensten, munten op verschillende manieren kunnen bijdragen aan de inhoud van spellen, bijvoorbeeld als hoofd- of aanvullend element van de visuele presentatie ervan.

32. Het moet daarom worden opgemerkt dat het 3 Coins-teken door het relevante publiek zal worden opgevat als een aanduiding met betrekking tot de werking van een spel, de regels ervan of het doel ervan, en niet als een aanduiding van de commerciële oorsprong van sommige van de producten of diensten waarvoor registratie is aangevraagd.