Gepubliceerd op woensdag 3 juni 2026
IEF 23592
Gerecht EU (voorheen GvEA) ||
3 jun 2026
Gerecht EU (voorheen GvEA) 3 jun 2026, IEF 23592; ECLI:EU:T:2026:365 (Lami Packaging (Kunshan) Co. Ltd tegen EUIPO en Tetra Laval Holdings & Finance SA), https://reclameboek.minab.nl/artikelen/achthoekige-kartonnen-verpakking-nietig-wegens-technische-vorm

Achthoekige kartonnen verpakking nietig wegens technische vorm

Gerecht EU 3 juni 2026, IEF 23592; ECLI:EU:T:2026:365 (Lami Packaging (Kunshan) Co. Ltd tegen EUIPO en Tetra Laval Holdings & Finance SA). Het Gerecht vernietigt de beslissing van de kamer van beroep van het EUIPO over het driedimensionale Uniemerk van Tetra Laval voor de vorm van een achthoekige kartonnen verpakking voor verpakkingscontainers en verpakkingsmateriaal van papier of met plastic bedekt papier. Omdat de merkaanvraag in 2000 was ingediend, toetst het Gerecht materieel aan Verordening 40/94. Lami Packaging had nietigverklaring gevorderd op grond van art. 51 lid 1 onder a jo. art. 7 lid 1 onder e, ii, omdat het teken uitsluitend zou bestaan uit de vorm van de waar die noodzakelijk is om een technische uitkomst te verkrijgen. De kamer van beroep had die grond afgewezen, omdat de technische voordelen volgens haar alleen zagen op het fabricageproces en niet op het gebruik van de verpakking. Het Gerecht bevestigt dat art. 7 lid 1 onder e, ii ziet op technische uitkomsten bij het gebruik van de waar en niet op de enkele wijze van vervaardiging, maar oordeelt dat de kamer van beroep die maatstaf verkeerd heeft toegepast.

Volgens het Gerecht vervullen de wezenlijke kenmerken van de verpakking, waaronder de achthoekige vorm, de afgeknotte hoeken, de vorm van de panelen en de afdichtingsnaad, wél technische functies bij het gebruik van de waar. Zij maken het mogelijk dat de verpakking vloeistoffen of levensmiddelen bevat, terwijl stabiliteit, hanteerbaarheid, stapelbaarheid en afsluiting worden gewaarborgd. Ook leidt de vorm tot minder materiaalgebruik, een lichtere en compactere verpakking en voordelen bij opslag, vervoer en gebruik door eindgebruikers, zoals een betere grip. Dat deze voordelen ook economische of ecologische effecten kunnen hebben, doet niet af aan het technische karakter ervan. Ook een eventuele esthetische waarde van de vorm verhindert toepassing van art. 7 lid 1 onder e, ii niet, zolang de wezenlijke kenmerken noodzakelijk zijn voor een technische uitkomst. Het Gerecht oordeelt daarom dat de nietigheidsgrond slaagt, vernietigt de beslissing van de kamer van beroep en wijzigt deze aldus dat het beroep van Tetra Laval tegen de nietigheidsbeslissing wordt verworpen.

44      Bijgevolg heeft de kamer van beroep, door te oordelen dat de weigeringsgrond van artikel 7, lid 1, onder e), ii), van verordening nr. 40/94 van toepassing is wanneer de vorm van de waar het mogelijk maakt dat een waar bij gebruik ervan een technische uitkomst verkrijgt, maar niet van toepassing is op de wijze waarop de waar wordt vervaardigd, geen fout begaan bij de uitlegging van die bepaling.

83      Uit de bovenstaande punten 71 tot en met 82 volgt dat de kamer van beroep ten onrechte tot de slotsom is gekomen dat de door het litigieuze merk verkregen technische uitkomst uitsluitend betrekking had op het fabricageproces van de waar zelf en geen invloed had op de functie die deze waar vervult. Bijgevolg stelt verzoekster terecht dat de vorm van het litigieuze merk noodzakelijk is om een technische uitkomst te bereiken in de zin van artikel 7, lid 1, onder e), ii), van verordening nr. 40/94.

96      Uit het voorgaande volgt dat verzoekster terecht aanvoert dat de kamer van beroep artikel 7, lid 1, onder e), ii), van verordening nr. 40/94 onjuist heeft toegepast door tot de slotsom te komen dat deze bepaling in casu niet van toepassing was omdat de door de wezenlijke kenmerken van het litigieuze merk verkregen technische uitkomst uitsluitend betrekking had op het fabricageproces van de waar zelf, zonder invloed te hebben op de functie die door deze waar wordt vervuld.