Gepubliceerd op maandag 15 juni 2026
IEF 23621

Noot geschreven door Allard Ringnalda, Klos

Annotatie Mio & USM

Nr. 3 Hof van Justitite van de EU 4 december 2025
IEF 23142; ECLI:EU:C:2025:941


(Mio AB e.a./Galleri Mikael & Thomas Asplund Aktiebolag en Konektra GmbH & LN/USM U. Schärer Sohne AG)


(F. Biltgen, T. von Danwitz, I. Ziemele, A. Kumin en S. Gervasoni)


Samenvatting
Art. 2, 3 en 4 Rl. 2001/29 (Auteursrichtlijn, art. 10 en 13 Aw)

Er bestaat geen regel-uitzondering-relatie tussen modelrechtelijke bescherming enauteursrechtelijke bescherming in die zin dat bij het onderzoek van de oorspronkelijkheid vanvoorwerpen van toegepaste kunst hogere eisen moeten worden gesteld dan die welke gelden voor- andere soorten werken. Onder een werk in de zin van art. 2, 3 en 4 van Richtlijn 2001/29 (Auteursrechtrichtlijn) wordt een voorwerp verstaan dat de persoonlijkheid van de auteur ervanweerspiegelt door uitdruk- king te geven aan de vrije en creatieve keuzen van die auteur. Niet vrij encreatief zijn niet alleen keuzen die zijn ingegeven door verschillende – met name technische – beperkingen waaraan de auteur gebonden is tijdens het creëren van dat voorwerp, maar ookkeuzen die weliswaar vrij zijn maar niet de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelen door aanhet voorwerp een uniek aspect te geven. Omstandigheden zoals de bedoelingen van die auteurtijdens het scheppingsproces, zijn inspiratie-bronnen, het gebruik van reeds beschikbare vormen, demogelijkheid dat gelijkaardige voorwerpen onafhankelijk worden gecreëerd of de erkenning vandat voorwerp in de vakkringen, kunnen in voorkomend geval in aanmerking worden genomen,maar zijn in elk geval noch noodzakelijk noch doorslaggevend om de oorspronkelijkheid van het voorwerp waarvoor aanspraak op bescherming wordt gemaakt vast te stellen. Om een inbreuk ophet auteursrecht vast te stellen, dient te worden bepaald of creatieve elementen van het beschermdewerk op een herkenbare manier zijn overgenomen in het vermeend inbreuk-makende voorwerp.Het feit dat dezelfde algemene visuele indruk wordt gewekt door de twee conflicterendevoorwerpen en de mate van oorspronkelijkheid van het betrokken werk zijn irrelevant. Hetmogelijke bestaan van een gelijkaardig voorwerp kan niet rechtvaardigen dat bescherming wordt geweigerd.

Hoofdgedingen en prejudiciële vragen
Zaak C‑580/23

18. Asplund ontwerpt en vervaardigt interieurmeubelen. Het product assortiment van Asplund omvat met name de eetkamertafels uit de serie „Palais Royal”.

19. Mio houdt zich bezig met detailhandel in de sector meubilair en woningdecoratie. Het productassortiment van Mio omvat onder meer de eetkamertafels uit de „Cord” meubelserie.

20. In oktober 2021 heeft Asplund bij de Patent och marknadsdomstol (bijzondere rechter in eerste aanleg voor industriële eigendomszaken en handelszaken, Zweden) een vordering ingesteld tegen Mio wegens inbreuk op het auteursrecht. In het kader van deze vordering heeft Asplund deze rechter met name verzocht om Mio op straffe van een dwangsom te verbieden eetkamertafels uit de „Cord” meubelserie te vervaardigen, in de handel te brengen of te verkopen. Asplund voerde aan dat de tafels uit de serie „Palais Royal” auteursrechtelijk waren beschermd als werken van toegepaste kunst en dat de eetkamertafels uit de „Cord” meubelserie bijgevolg inbreuk maakten op haar auteursrecht, aangezien zij grote gelijkenissen vertoonden met de tafels uit de serie „Palais Royal”.

21. Mio heeft betwist dat de tafels uit de serie „Palais Royal” auteurs rechtelijk waren beschermd, aangezien deze tafels onvoldoende oor spronkelijk waren om de desbetreffende bescherming te verkrijgen. Volgens Mio is het ontwerp van deze tafels gebaseerd op eenvoudige variaties op oudere bekende modellen die zijn opgenomen in het register van in de Europese Unie ingeschreven modellen. Hoe dan ook, zelfs indien de tafels uit de serie „Palais Royal” auteursrechtelijk beschermd zouden zijn, zou deze bescherming beperkt en begrensd zijn en zouden de verschillen tussen de twee betrokken tafelmodellen volstaan als bewijs dat de tafels van Mio geen inbreuk maken op het auteursrecht van Asplund.

22. De Patent och marknadsdomstol heeft de vordering van Asplund toegewezen op grond dat de tafels uit de serie „Palais Royal” auteurs rechtelijk beschermd waren als werken van toegepaste kunst en dat de eetkamertafels uit de „Cord” meubelserie inbreuk maakten op het auteursrecht van Asplund.

23. Mio heeft tegen de beslissing van de Patent och marknadsdomstol beroep ingesteld bij de Svea hovrätt, Patent och marknadsöverdomstol (rechter in tweede aanleg Stockholm, in zijn hoedanigheid van rechter in tweede aanleg voor industriële eigendomszaken en handelszaken, Zweden), de verwijzende rechter.