Gepubliceerd op dinsdag 27 januari 2026
IEF 23243
Rechtbank Rotterdam ||
17 dec 2025
Rechtbank Rotterdam 17 dec 2025, IEF 23243; Zaaknummer: C/10/71 1109/ KG RK 25-1226 (Entrelaced Holdings LLC en Entrelaced LLC tegen TIAM en Marrea)), https://reclameboek.minab.nl/artikelen/geen-conservatoir-beslag-op-tassen-na-toepassing-mio-konektra

Uitspraak ingezonden door Jan Jacobi en Margot Vergeest, BarentsKrans.

Geen conservatoir beslag op tassen na toepassing Mio/Konektra

Rb Rotterdam 17 december 2025, IEF 23234; Zaaknummer/ C/10/711109/ KG RK 25-1226 (Entrelaced Holdings LLC en Entrelaced LLC tegen TIAM en Marrea). Entrelaced Holdings LLC en Entrelaced LLC hebben de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam verzocht om (definitief) verlof voor het leggen van conservatoir beslag tot afgifte van tassen van TIAM en Marrea die volgens hen inbreuk maken op hun auteursrecht. Op 10 december 2025 is voorlopig verlof verleend, waarna op 12 december 2025 beslag is gelegd waarbij 7067 tassen zijn geraakt. TIAM en Marrea hebben vervolgens verweer gevoerd en verzocht het voorlopig verleende verlof te herzien en het beslag op te heffen, met daarnaast een proceskostenveroordeling op grond van art. 1019h Rv en een verplichting voor Entrelaced om zekerheid te stellen voor beslagsschade.

De voorzieningenrechter oordeelt dat Entrelaced c.s. de deugdelijkheid van hun ingeroepen recht niet summierlijk hebben aangetoond. De elementen van de tassen van Entrelaced c.s. die worden genoemd in het verzoekschrift worden niet gezien als creatieve keuzes. Entrelaced c.s. stellen dat de creatieve keuze ligt in de combinatie van al deze elementen. Dit is twijfelachtig volgens de rechter, mede gezien het al langer bestaande marktaanbod an vergelijkbare tassen met soortgelijke weeftechnieken en -patronen en in het licht van HvJEU Mio/Konektra is het de vraag of de werktoets wordt behaald en dus of de tassen van Entrelaced c.s. auteursrechtelijk worden beschermd. Entrelaced c.s. maken geen onderscheid tussen al hun tassen, die in uiterlijk wel van elkaar verschillen, maar voeren wel steeds dezelfde elementen aan. Deze elementen zijn grotendeels triviaal. De voorzieningenrechter acht het gevraagde beslag disproportioneel, omdat Entrelaced c.s. ongeveer anderhalf jaar heeft gewacht juridische actie te ondernemen en legt vervolgens vlak voor de feestdagen beslag op een grote voorraad, wat grote financiële en reputatieschade voor TIAM en Marrea meebrengt. Gestelde ontlening, slaafse nabootsing of ander onrechtmatig handelen is gemotiveerd betwist en onvoldoende aannemelijk geworden. Daarom ontbreekt een voldoende zwaarwegend, in redelijkheid te respecteren belang bij het beslag. Op basis hiervan wijst de voorzieningenrechter het verzoek van Entrelaced c.s. af. Het op 10 december 2025 voorlopig verleende verlof wordt herroepen en alsnog geweigerd.

2.3. Voldoende aannemelijk is geworden dat de twaalf elementen die zijn genoemd in randnummer 4.5 van het verzoekschrift die gelden voor alle tassen van Entrelaced c.s. en de twee keer drie elementen die zijn genoemd in randnummers 4.6 en 4.7 van het verzoek die daarnaast alleen gelden voor de modellen St. Barths resp. Hobo van Entrelaced c.s. op zich zelf genomen geen creatieve keuzes in de zin van de Europese jurisprudentie inhouden. Dat stellen Entrelaced c.s. ook niet. De stelling van Entrelaced c.s. is dat de creatieve keuze ligt in de combinatie van al deze elementen. Gelet evenwel op aan de ene kant het (deels al geruime tijd bestaande) aanbod in de markt van tassen waarop onder meer de weeftechniek en het weefpatroon ook is toegepast en aan de andere kant het arrest Mio/Konektra (ECLI:C:EU:2025:94l) van het HvJEU, in het bijzonder het antwoord op vraag 3, is het de vraag of de werktoets door Entrelaced c.s. behaald wordt en dus of de tassen auteursrechtelijke bescherming genieten. Opvallend is daarbij dat Entrelaced c.s. geen onderscheid maken tussen al hun - onderling qua uiterlijk in enige mate verschillende - tassen, maar in 4.5 steeds dezelfde elementen aanvoeren. De onder 4.6/4.7 genoemde elementen zijn groten deels triviaal. Tegen die achtergrond en gelet op de aard van het verzochte beslag -afgiftebeslag- weegt bij de beslissing mee dat het beslag een disproportioneel karakter kent. De disproportionaliteit is erin gelegen dat Entrelaced c.s. om en nabij anderhalfjaar heeft gewacht zonder juridische actie richting TIAM en Marrea te ondernemen (die duidelijkheid had kunnen verschaffen over de auteursrechten) om vervolgens, vlak voor de feestdagen, de voorraad van TIAM en Marrea te (willen) (doen) beslaan, wat weliswaar het voortbestaan van de ondernemingen niet bedreigt maar onmiskenbaar grote gevolgen voor TIAM en Marrea heeft, zowel qua reputatie als financieel. Dat sprake zou zijn van ‘ontlening’, zoals Entrelaced c.s. stellen, en/of slaafse nabootsing of ander onrechtmatig handelen wordt door TIAM en Marrea betwist en is onvoldoende aannemelijk om tot een ander oordeel te komen. Van een voldoende zwaarwegend en in redelijkheid te eerbiedigen belang bij het verzochte beslag is in dat licht geen sprake.