Gepubliceerd op woensdag 28 januari 2026
IEF 23244
Belgische gerechten ||
13 jan 2026
Belgische gerechten 13 jan 2026, IEF 23244; (Cassegrain tegen Vadigran NV), https://reclameboek.minab.nl/artikelen/geen-inbreuk-op-uniemodel-longchamp-tas-technisch-bepaalde-kenmerken-en-voldoende-eigen-karakter

Geen inbreuk op Uniemodel Longchamp-tas: technisch bepaalde kenmerken en voldoende eigen karakter

Hof van beroep Brussel 13 januari 2026, IEF 23244; IEFbe 4094; 2018/AR/957 (Cassegrain tegen Vadigran NV). Het Hof van beroep Brussel oordeelt dat Vadirgan NV met haar hondenpoepzakhouders geen inbreuk maakt op het Uniemodel van Jean Cassegrain SAS (Longchamp) voor de bekende Le Pliage-tas. Het hof bevestigt zijn internationale bevoegdheid op grond van de Uniemodelverordening en verklaart zowel het principaal als het incidenteel hoger beroep ontvankelijk. Bij de beoordeling van de vermeende inbreuk stelt het hof voorop dat op grond van art. 8 lid 1 UMV geen bescherming toekomt aan kenmerken die uitsluitend door hun technische functie worden bepaald. De door Cassegrain aangevoerde overeenkomsten – waaronder de flap met drukknop, de globale vorm en de wijze van afsluiting – zijn volgens het hof functioneel noodzakelijk voor het betrokken product en daardoor uitgesloten van modelrechtelijke bescherming. Voor zover sprake is van niet-technische elementen, oordeelt het hof dat deze bij de geïnformeerde gebruiker geen overeenstemmende algemene indruk wekken, mede gelet op verschillen in formaat, verhoudingen, context van gebruik en marktpositionering. Van modelinbreuk is daarom geen sprake.

In reconventie verwerpt het hof tevens de vordering tot nietigverklaring van het Uniemodel. Het model voldoet aan de vereisten van nieuwheid en eigen karakter in de zin van de UMV. Het hof benadrukt dat geen sprake is van identieke of vrijwel identieke eerdere modellen en dat de Le Pliage-tas zich voldoende onderscheidt van zowel oudere modellen uit dezelfde collectie als van andere eerder openbaar gemaakte ontwerpen. Daarbij wordt groot gewicht toegekend aan de ruime ontwerpvrijheid in de sector van tassen en portemonnees, waardoor relatief beperkte verschillen reeds tot een andere algemene indruk kunnen leiden bij de geïnformeerde gebruiker. Ook de stelling dat het model uitsluitend technisch bepaald zou zijn, wordt verworpen: de betrokken vormgevingskeuzes gaan verder dan louter technische noodzaak. Nu noch modelinbreuk, noch een nietigheidsgrond is vastgesteld, worden alle vorderingen van Cassegrain afgewezen, blijft het eerdere vonnis in stand en wordt Cassegrain veroordeeld in de proceskosten.

- Niet technisch bepaald

16.
Vadirgan voert aan dat het Uniemodel 33626-0002 nietig is, doordat het wordt bepaald door kenmerken die standaard of technisch zijn bepaald voor een geldbeugel, zoals de grootte, de versteviging aan de uiteinden, afsluiting met een rits en een naamsvermelding, en deze elementen inherent aanwezig zijn in het model 33626-0002.

Artikel 8.1 GMV (nu UMV) sluit uit dat uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel op grond van het Uniemodellenrecht worden beschermd, wanneer andere overwegingen dan de noodzaak dat het voortbrengsel zijn technische functie vervult, met name overwegingen met betrekking tot het visuele aspect van het voortbrengsel, geen rol hebben gespeeld bij de keuze van die kenmerken, ook al zijn er andere modellen waarmee dezelfde functie kan worden vervuld.

Bijgevolg moet worden nagegaan of de technische functie de enige factor is die bepalend was voor die kenmerken, en in dit verband is het niet doorslaggevend of er alternatieve modellen zijn. Bij deze beoordeling dient de rechter rekening te houden met alle relevante omstandigheden van het specifieke geval waaruit blijkt waarom is gekozen voor bepaalde uiterlijke kenmerken van het betrokken voortbrengsel, gegevens met betrekking tot het gebruik van dat voortbrengsel, of de vraag of er alternatieve modellen zijn waarmee dezelfde technische functie kan worden vervuld, mits omstandigheden, gegevens of alternatieven worden onderbouwd door betrouwbaar bewijs (HvJ 8 maart 2018, C-395/16, DOCERAM GmbH t. CeramTec GmbH, punten 31 en 32, 36 en 37).

Het model 33626-0002 wordt gekenmerkt door een trapeziumvorm (waarbij de bovenzijde aanzienlijk breder is dan de onderzijde), en in verhouding tot het geheel relatief grote en opvallende (half ellipsvormige) flap net onder de ritssluiting, en relatief grote contrasterende ronde knop en lipvormige uitsteeksels in het verlengde van de bovenzijde. Zowel op de flap als de lipvormige uitsteeksels werden stiksels in contrasterende kleur aangebracht. De rits bevat een verhoudingsgewijs grote langwerpige ritspenser.

Vadirgan maakt niet aannemelijk dat de flap en knop met contrasterende stiksels en de lipvormige uitsteeksels enige technische functie vervullen in het betrokken model.