21 jan 2026
Kopieer citeerwijze ||
Casa Ermelinda Freitas, S.A. tegen EUIPO en Eggers & Franke Holding GmbH
Geen verwarringsgevaar tussen woordmerk ‘EF’ en beeldmerk ‘EF’
Gerecht EU 21 januari 2026, IEF 23260; ECLI:EU:T:2026:32 (Casa Ermelinda Freitas, S.A. tegen EUIPO en Eggers & Franke Holding GmbH). Op 9 juli 2018 heeft Eggers & Franke Holding GmbH een aanvraag ingediend voor de registratie van een figuratief beeldmerk “EF” voor goederen in klasse 32, waaronder bier, wijn en andere dranken. Hiertegen heeft Casa Ermelinda Freitas, S.A. oppositie ingesteld op basis van haar eerdere EU-woordmerk “EF”. De oppositieprocedure leidde tot een weigering van de merkaanvraag. Tegen deze beslissing werd beroep ingesteld bij de Kamer van Beroep van het EUIPO. De Kamer van Beroep oordeelde dat, ondanks de (gedeeltelijke) overeenstemming van de waren, geen sprake was van verwarringsgevaar in de zin van artikel 8, lid 1, onder b, van Verordening 2017/1001. Daarbij overwoog zij onder meer dat het element “EF” in het aangevraagde figuratieve merk een beperkt onderscheidend vermogen heeft en dat de tekens als geheel voldoende van elkaar verschillen.
Het Gerecht onderzoekt of de Kamer van Beroep een beoordelingsfout had gemaakt bij de vergelijking van de tekens. Bij de visuele en fonetische vergelijking stelt het Gerecht vast dat de merken slechts in geringe mate overeenstemmen. Wat betreft de conceptuele vergelijking oordeelt het Gerecht dat het teken “EF” kan worden opgevat als initialen die naar een naam verwijzen of als een fantasieteken, maar dat dit geen doorslaggevende overeenstemming oplevert. Het Gerecht benadrukt dat de beoordeling van verwarringsgevaar berust op een globale beoordeling van alle relevante factoren. Volgens de rechtspraak kan geen verwarringsgevaar bestaan, zelfs wanneer de betrokken waren identiek of soortgelijk zijn, indien de overeenstemming tussen de tekens gering is. Het Gerecht concludeert dat de Kamer van Beroep geen beoordelingsfout heeft gemaakt. Artikel 8, lid 1, onder b, van Verordening 2017/1001 is dus niet geschonden, omdat er geen verwarringsgevaar bestaat tussen het woordmerk van Casa Ermelinda Freitas en het figuratieve merk van Eggers & Franke. Het Gerecht verwerpt het beroep en wijst de vordering af.
74. “In that regard, it should be borne in mind, first, that the applicant’s arguments relating to the comparison of the signs at issue have been rejected.”
75. “It should be borne in mind, second, that, according to the case-law, there can be no question of mechanically applying the principle of interdependence, without taking account of all the relevant factors. In particular, there is nothing to preclude a finding that, in the light of the circumstances of a particular case, there is no likelihood of confusion, even where the goods are identical and there is a low degree of similarity between the marks at issue. The same considerations apply a fortiori, as the case may be, where the goods are similar to an average or a low degree and there is a low degree of similarity between the signs. The analysis of the likelihood of confusion is based on a global assessment of all the relevant factors (judgment of 15 October 2020, Laboratorios Ern v EUIPO – Bio-tec Biologische Naturverpackungen (BIOPLAST BIOPLASTICS FOR A BETTER LIFE), T‑2/20, not published, EU:T:2020:493, paragraph 79).”
76. “In the present case, in the light of all of the foregoing considerations, it must be concluded that the Board of Appeal did not make an error of assessment in concluding, applying the interdependence principle, that there was no likelihood of confusion in view of the significant visual and phonetic differences between the signs at issue, notwithstanding the similarity of part of the goods in question.”