20 apr 2026
Rb. Den Haag: conservatoir beslag op namaaklampen blijft in stand
Rb. Den Haag 20 april 2026, IEF 23531; ECLI:NL:RBDHA:2026:9742 ([eiser] tegen Graypants). De voorzieningenrechter wijst de vordering tot opheffing van conservatoir derdenbeslag af in een geschil tussen een dropshipping-webshop ([eiser]) en Graypants. Graypants is houdster van een Uniemodel en auteursrechten op het ontwerp van de Wick-tafellamp. In december 2025 constateerde zij dat via de webshop van [eiser] lampen werden aangeboden die met dit model overeenstemden, waarbij ook gebruik werd gemaakt van campagnefoto’s van Graypants. Na verkregen verlof liet Graypants op 20 en 21 januari 2026 conservatoir derdenbeslag leggen onder meer op Rabobank, BAWAG en Revolut. Het eerste bedrag van € 70.400,87 werd op 12 februari 2026 beperkt tot € 61.425. Na verlenging van de termijn stelde Graypants op 17 februari 2026 een bodemprocedure in wegens inbreuk op haar model- en auteursrechten. [eiser] vordert in kort geding opheffing van het beslag op grond van art. 705 lid 2 Rv. Hij stelt dat de vordering van Graypants ondeugdelijk is, omdat hij de betreffende lampen niet heeft verkocht en de webshop al op 30 september 2025 zou hebben overgedragen aan een derde. Graypants betwist deze overdracht gemotiveerd en voert aan dat deze, mede gelet op het late moment van overlegging van stukken, ongeloofwaardig voorkomt. De voorzieningenrechter maakt duidelijk dat een beslag alleen wordt opgeheven als al snel blijkt dat de vordering niet klopt of dat het beslag niet nodig is. Daarbij rust de stelplicht en bewijslast in beginsel op degene die opheffing vordert en vindt ook een belangenafweging plaats.
Ten aanzien van de IE-rechten gaat de voorzieningenrechter uit van de geldigheid van het Uniemodel en het auteursrecht, nu deze niet zijn betwist. Daarnaast wordt aangenomen dat via de webshop (namaak)lampen zijn aangeboden die inbreuk maken op deze rechten, mede omdat gebruik is gemaakt van de campagnefoto’s van Graypants. Daarbij weegt mee dat [eiser] tot 30 januari 2026 houder was van de domeinnaam. Het verweer dat de webshop al op 30 september 2025 is overgedragen, wordt gepasseerd. De voorzieningenrechter acht de betwisting door Graypants voldoende zwaarwegend om in dit stadium niet van die overdracht uit te gaan, althans zodanige twijfel aanwezig te achten dat niet kan worden geconcludeerd dat de vordering summierlijk ondeugdelijk is. Van belang is ook dat dit punt onderwerp is van de lopende bodemprocedure, waarin [eiser] de vermeende koper in vrijwaring heeft opgeroepen. Ook de belangenafweging valt uit in het voordeel van Graypants. Zij heeft een evident belang bij zekerheid voor verhaal van haar (mogelijke) schade en kosten. Het belang van [eiser] bij opheffing weegt minder zwaar, mede omdat hij na de beslaglegging weinig voortvarend heeft gehandeld en pas na het starten van de bodemprocedure in actie is gekomen. De voorzieningenrechter concludeert dat niet is voldaan aan de maatstaf van art. 705 lid 2 Rv en wijst de vordering tot opheffing af. [eiser] wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de proceskosten ex art. 1019h Rv. De advocaatkosten worden, conform de Indicatietarieven in IE-zaken, begroot op € 7.200 (eenvoudig IE-kort geding), vermeerderd met € 735 aan griffierecht en € 178 aan nakosten, in totaal € 8.113. Over dit bedrag is wettelijke rente verschuldigd bij niet-tijdige betaling. De proceskostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
1.13. Op grond van artikel 705 lid 2 Rv kan een conservatoir beslag onder meer worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt. Dit brengt mee dat het in de eerste plaats op de weg ligt van degene die de opheffing vordert om met inachtneming van de beperkingen van de voorzieningenprocedure aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk is of dat het voortduren van het beslag om andere redenen niet kan worden gerechtvaardigd. De voorzieningenrechter dient te beslissen aan de hand van een beoordeling van wat door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal is onderbouwd. Die beoordeling kan niet geschieden los van de in een zodanig geval vereiste afweging van de wederzijdse belangen.
1.14. De voorzieningenrechter gaat voorshands uit van de geldigheid van de door Graypants ingeroepen model- en auteursrechten. Deze rechten zijn door [eiser] niet bestreden. Daarnaast kan er in dit kort geding vanuit worden gegaan dat [eiser] een webshop heeft geëxploiteerd onder de domeinnaam [website] en dat op die website (namaak) producten zijn aangeboden (met gebruikmaking van de campagne foto’s van het Wick-model van Graypants) die inbreuk maken op de model- en auteursrechten van Graypants, terwijl [eiser] (tot 30 januari 2026) houder was van die domeinnaam. De stelling van [eiser] dat hij de webshop op 30 september 2025 heeft verkocht aan een derde heeft Graypants gemotiveerd betwist (zij betoogt dat die overdracht – gelet ook op het feit dat [eiser] documenten die zijn stelling zouden moeten ondersteunen zo laat in het geding heeft gebracht – ongeloofwaardig en kunstmatig is), zodat daarvan in dit geding niet is uit te gaan, althans bestaat daarover zodanig twijfel dat niet gezegd kan worden dat de maatstaf van artikel 705 Rv wordt gehaald. Dit geschilpunt zal in de al aanhangige bodemprocedure (waarin [eiser] de derde in vrijwaring heeft opgeroepen) aan de orde kunnen komen
1.15. Bij deze stand van zaken moet worden geconcludeerd dat niet summierlijk is gebleken van de ondeugdelijkheid van de inbreukvordering waarvoor Graypants beslag heeft gelegd. Ook indien de belangen van beide partijen tegen elkaar worden afgewogen ziet de voorzieningenrechter geen reden om het beslag op te heffen. Het belang van Graypants dat zij zekerheid heeft ter verhaal van de mogelijk door haar geleden schade en gemaakte kosten weegt zwaarder dan het belang van [eiser] bij opheffing. Daarbij speelt mee dat [eiser] sinds de beslaglegging ook weinig voortvarend is opgetreden en eerst na het aanhangig maken van een bodemprocedure door Graypants in ‘t geweer is gekomen wat maakt dat aan het gestelde belang dat het beslag bezwarend voor hem is, minder waarde wordt gehecht.