Gepubliceerd op donderdag 4 juni 2026
IEF 23597
Rechtbank Den Haag ||
27 mei 2026
Rechtbank Den Haag 27 mei 2026, IEF 23597; C/09/688082 ((LEGO Groep tegen Boon Beton)), https://reclameboek.minab.nl/artikelen/rb-den-haag-gebruik-van-legoblokken-voor-betonnen-stapelblokken-levert-merkinbreuk-op

Uitspraak ingezonden door Liselotte Bekke, NautaDutilh

Rb. Den Haag: gebruik van ‘legoblokken’ voor betonnen stapelblokken levert merkinbreuk op

Rb. Den Haag 27 mei 2026, IEF 23597; C/09/688082 (LEGO Groep tegen Boon Beton). In deze zaak tussen LEGO Groep en Boon Beton staat de vraag centraal of het gebruik van de aanduidingen ‘Lego’, ‘legoblokken van beton’ en ‘betonnen legoblokken’ voor betonnen stapelblokken inbreuk maakt op de bekende LEGO-merken. Boon Beton gebruikte deze aanduidingen op haar website voor de promotie van betonnen stapelblokken. Volgens LEGO maakte Boon Beton daarmee ongerechtvaardigd gebruik van de reputatie van haar merken. Boon Beton stelde daartegenover dat de term ‘lego’ binnen de bouwsector al jarenlang wordt gebruikt als aanduiding voor stapelbare modulaire betonblokken en dat sprake was van toegestaan beschrijvend gebruik. De rechtbank gaat allereerst uit van de geldigheid van de LEGO-merken. Hoewel Boon Beton had aangevoerd dat ‘lego’ binnen de bouwsector een voor de hand liggende aanduiding zou zijn geworden en zelfs als soortnaam wordt gebruikt, had zij geen vordering tot nietigverklaring van de merken ingesteld. Om die reden gaat de rechtbank uit van de geldigheid van de ingeroepen merkrechten. Vervolgens beoordeelt de rechtbank het beroep van LEGO op de bescherming van bekende merken. Daarbij acht zij van belang dat Boon Beton de tekens veelvuldig op haar website gebruikte. Daarnaast verwijst de rechtbank naar uitlatingen van Boon Beton waaruit volgt dat zij zonder gebruik van de term LEGO minder goed vindbaar zou zijn in zoekmachines, omzet zou verliezen en op achterstand zou worden gezet ten opzichte van concurrenten. Volgens de rechtbank volgt hieruit dat Boon Beton voordeel probeerde te halen uit de aantrekkingskracht, reputatie en bekendheid van de LEGO-merken. Daarmee wordt ongerechtvaardigd voordeel getrokken uit het onderscheidend vermogen en de reputatie van die merken. De rechtbank baseert haar oordeel op de zogenoemde c-grond voor bekende merken. Daarbij merkt zij op dat het gebruik van de tekens door Boon Beton moet worden aangemerkt als gebruik ter onderscheiding van waren of diensten.

Van een situatie waarin het teken uitsluitend buiten de merkfunctie wordt gebruikt, is volgens de rechtbank geen sprake. Om die reden laat de rechtbank de door LEGO aangevoerde d-grond verder onbesproken. Ook het beroep op beschrijvend gebruik slaagt niet. De rechtbank overweegt dat LEGO beschrijvende verwijzingen in bepaalde gevallen moet dulden, bijvoorbeeld wanneer wordt uitgelegd dat betonblokken een modulair karakter hebben met noppen zoals LEGO-blokjes. Daarbij merkt de rechtbank op dat het woord ‘lego’ begripsmatig niet de betekenis heeft van ‘stapelbare modulaire bouwblokken’, maar wel wordt geassocieerd met stapelbare blokken. Volgens de rechtbank vindt beschrijvend gebruik zijn grenzen in de wijze waarop en de mate waarin naar de LEGO-merken wordt verwezen. Het veelvuldige gebruik van de tekens op de website van Boon Beton is naar het oordeel van de rechtbank niet in overeenstemming met de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel. Verder verwerpt de rechtbank het verweer dat LEGO door jarenlang niet op te treden zou hebben aanvaard dat ‘legoblokken’ een soortaanduiding is geworden. Dat ook andere marktpartijen vergelijkbare aanduidingen gebruiken, acht de rechtbank niet relevant. LEGO heeft voldoende onderbouwd dat zij structureel investeert in het behoud van de bekendheid en het onderscheidend vermogen van haar merken en tevens optreedt tegen inbreukmakers binnen en buiten Nederland. Uit het gebruik van de term ‘legoblokken’ in publicaties gedurende langere tijd kan volgens de rechtbank niet worden afgeleid dat de merken hun onderscheidend vermogen hebben verloren. Hoewel Boon Beton het gebruik van de aanduidingen inmiddels had gestaakt, ziet de rechtbank aanleiding een verbod op te leggen. Daarbij weegt mee dat Boon Beton de gestelde inbreuk heeft betwist en geen onthoudingsverklaring heeft ondertekend. Aan het verbod wordt een dwangsom verbonden. Daarnaast wordt Boon Beton veroordeeld tot vergoeding van de door LEGO geleden schade, op te maken bij staat. De gevorderde winstafdracht wordt afgewezen, omdat niet is vastgesteld dat sprake was van moedwillige merkinbreuk.

4.5. De rechtbank dient op grond van artikel 127 lid 1 UMVo uit te gaan van de geldigheid van een Uniemerk, tenzij dit door de verweerder bij een reconventionele vordering tot nietigverklaring wordt bestreden. Boon Beton stelt zich weliswaar op het standpunt dat de term ‘lego’ binnen de bouwsector een zeer voor de hand liggende aanduiding is en dat de LEGO-merken zijn verworden tot soortnaam. Zij heeft echter geen reconventionele vordering tot nietigverklaring van de LEGO-merken ingesteld. Bij afwezigheid daarvan gaat de rechtbank uit van de geldigheid van de LEGO-merken.

4.9. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de verklaringen van Boon Beton — dat zij zonder het gebruik van de Tekens minder goed vindbaar is, dat het haar omzet kost en dat zij daardoor op achterstand wordt gezet ten opzichte van concurrenten — in redelijkheid niet anders worden uitgelegd dan dat zij door het gebruik van de Tekens in het kielzog van de LEGO-merken vaart om van de aantrekkingskracht, de reputatie en het prestige ervan te profiteren, althans om voordeel te halen uit de commerciële inspanning die de LEGO Groep heeft gedaan om het imago van het merk te creëren en te onderhouden. Aldus wordt door Boon Beton ongerechtvaardigd voordeel getrokken uit het onderscheidend vermogen en de reputatie van de LEGO-merken, zodat in beginsel sprake is van merkinbreuk.

4.10. Hoewel het woord ‘lego’ begripsmatig (taalkundig) niet de betekenis van ‘stapelbare modulaire bouwblokken’ heeft, doet dat er niet aan af dat het woord ‘lego’ geassocieerd wordt met stapelbare blokken. De LEGO Groep dient beschrijvend gebruik van de LEGO-merken te dulden voor zover sprake is van eerlijk gebruik in nijverheid en handel, bijvoorbeeld als Boon Beton (eenmalig) wil uitleggen dat haar betonblokken een modulair karakter hebben met noppen, zoals Lego-blokjes. Dit gebruik vindt haar begrenzingen echter wel in de manier waarop en de hoeveelheid waarmee verwijzingen naar de LEGO-merken op de Website van Boon Beton worden gebruikt. Het overvloedige gebruik van de Tekens door Boon Beton op de Website — zoals weergegeven in 2.4 — is naar het oordeel van de rechtbank niet in overeenstemming met de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel. Boon Beton handelt deloyaal.

4.11. Hieraan voegt de rechtbank volledigheidshalve nog het volgende toe. Het verweer van Boon Beton dat de LEGO Groep tot zeer kortgeleden tegen het jarenlange bestendig gebruik van de term “legoblokken” in de bouwsector niet juridisch is opgetreden en dat zij door het stilzitten impliciet heeft aanvaard dat de term in de markt gangbaar is geworden als soortaanduiding gaat niet op. Met de LEGO Groep acht de rechtbank irrelevant dat andere partijen mogelijkerwijs ook inbreuk maken op de LEGO-merken. De LEGO Groep heeft betoogd dat zij op structurele basis inspanningen ontplooit en investeringen doet om de bekendheid en het onderscheidend vermogen van de LEGO-merken te onderhouden en te vergroten. De LEGO Groep heeft verder voldoende onderbouwd dat zij, ook in Nederland, optreedt tegen inbreukmakers zoals Boon Beton en andere partijen in de bouwsector in Nederland en andere EU-landen, waarbij indien nodig gerechtelijke stappen worden ondernomen. Zelfs indien er partijen in de markt zijn die de LEGO-merken beschrijvend gebruiken (toegestaan ingevolge art. 14 sub b UMVo en art. 2.23 sub b BVIE), volgt hieruit niet zonder meer dat de LEGO-merken tot soortnaam zijn verworden. Tot slot kan, anders dan Boon Beton veronderstelt, uit de omstandigheid dat de term “legoblokken” gedurende omstreeks 60 jaar is gebruikt in (vak)publicaties niet worden afgeleid dat die term gedurende deze periode door ondernemingen is benut om de eigen producten aan te prijzen en nog minder dat de LEGO Groep, hoewel zij ermee bekend was, daartegen niet heeft opgetreden.