Gepubliceerd op woensdag 6 mei 2026
IEF 23533
Gerecht EU (voorheen GvEA) ||
6 mei 2026
Gerecht EU (voorheen GvEA) 6 mei 2026, IEF 23533; ECLI:EU:T:2026:317 (Pharma Green Holding SpA SB tegen EUIPO en Alma Lasers Ltd), https://reclameboek.minab.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-alma-farmacie-en-alma-hybrid

Verwarringsgevaar tussen alma FARMACIE en ALMA HYBRID

Gerecht EU 6 mei 2026, IEF 23533; IEFbe 4218; ECLI:EU:T:2026:317 (Pharma Green Holding SpA SB tegen EUIPO en Alma Lasers Ltd). In T-480/25 bevestigt het Gerecht de weigering van de Uniemerkaanvraag voor het figuratieve teken alma FARMACIE, aangevraagd voor onder meer cosmetica, farmaceutische producten, voedingssupplementen en farmaceutische/medische diensten in de klassen 3, 5 en 44. Alma Lasers had daartegen oppositie ingesteld op grond van haar oudere internationale registratie met werking in de EU voor het woordmerk ALMA HYBRID, geregistreerd voor onder meer medische lasers, medische diensten en hygiëne- en schoonheidsverzorging. De oppositie was gebaseerd op artikel 8 lid 1 onder b UMVo. Het Gerecht oordeelt dat de Kamer van Beroep haar beoordeling mocht beperken tot het Spaans- en Portugeestalige publiek, omdat voor weigering van een Uniemerk voldoende is dat verwarringsgevaar bestaat in een deel van de Unie. Voor cosmetica en schoonheidsverzorging geldt een gemiddeld aandachtsniveau, terwijl voor farmaceutische producten, voedingssupplementen en medische of farmaceutische diensten een hoog aandachtsniveau kan gelden vanwege het verband met gezondheid. Dat hogere aandachtsniveau sluit verwarringsgevaar echter niet uit, omdat ook oplettende consumenten merken meestal niet rechtstreeks vergelijken en moeten afgaan op hun onvolmaakte herinnering.

Het Gerecht bevestigt dat de betrokken waren en diensten deels identiek en deels soortgelijk zijn. Cosmetica en verzorgingsproducten in klasse 3 stemmen gemiddeld overeen met hygiëne- en schoonheidsverzorgingsdiensten, omdat zij een vergelijkbaar verzorgend of verfraaiend doel hebben, complementair kunnen zijn en via overlappende kanalen kunnen worden aangeboden. De waren in klasse 5, waaronder farmaceutische producten, voedingssupplementen en sanitaire preparaten, zijn soortgelijk aan medische diensten, onder meer vanwege hun gezondheidsdoel, publiek en complementariteit. De aangevraagde diensten in klasse 44 zijn volgens het Gerecht bovendien identiek aan, of begrepen onder, de ruimere omschrijving medical services van het oudere merk. Bij de tekenvergelijking is doorslaggevend dat beide merken het onderscheidende element alma bevatten, dat door het Spaans- en Portugeestalige publiek wordt begrepen als “ziel” en niet beschrijvend is voor de betrokken waren en diensten. De elementen farmacie en hybrid hebben daarentegen geen of slechts zwak onderscheidend vermogen. Het Gerecht corrigeert de Kamer van Beroep wel op twee punten: alma is in het oudere woordmerk niet dominant, maar wel het meest onderscheidende element, en de tekens zijn begripsmatig niet identiek maar in hoge mate overeenstemmend. Die correcties veranderen de uitkomst niet. Gelet op de bovengemiddelde visuele en fonetische overeenstemming, de hoge begripsmatige overeenstemming, de deels identieke en deels soortgelijke waren en diensten en het gemiddelde onderscheidend vermogen van het oudere merk, bestaat verwarringsgevaar. Het beroep wordt daarom volledig verworpen; Pharma Green draagt haar eigen kosten en die van Alma Lasers, terwijl EUIPO zijn eigen kosten draagt omdat geen zitting heeft plaatsgevonden.

31      As a consequence, since, in the present case, the Board of Appeal concluded that there was a likelihood of confusion, it was able, without erring in law, for reasons of procedural economy, to rely on the perception of the Spanish-speaking and Portuguese-speaking public of the European Union. In those circumstances and assuming that the conclusion of the Board of Appeal relating to the Spanish-speaking and Portuguese-speaking public is correct, that fact that there might be no likelihood of confusion for another part of the relevant public, for example, the English-speaking public, is irrelevant.

64      Those findings do not contain any error of assessment. Goods and services can be regarded as identical when the goods and services designated by the earlier mark are included in a more general category covered by the later mark (see judgments of 7 September 2006, Meric v OHIM – Arbora & Ausonia (PAM-PIM’S BABY-PROP), T‑133/05, EU:T:2006:247, paragraph 29 and the case-law cited, and of 21 July 2016, Ogrodnik v EUIPO – Aviário Tropical (Tropical), T‑804/14, not published, EU:T:2016:431, paragraph 34 and the case-law cited). Conversely, where the goods and services covered by the earlier mark include the goods and services covered by the mark applied for, those goods and services are considered to be identical (see judgment of 24 November 2005, Sadas v OHIM – LTJ Diffusion (ARTHUR ET FELICIE), T‑346/04, EU:T:2005:420, paragraph 34 and the case-law cited). In the present case, the various services connected with the pharmaceutical field that are covered by the mark applied for are included in the medical services covered by the earlier mark.

107    In the present case, the goods and services in question are, in part, similar, and, in part, identical (see paragraphs 49, 59 and 66 above), whereas the signs are visually similar to an above-average degree (see paragraph 88 above), at the very least, phonetically similar to an above-average degree (see paragraph 94 above) and conceptually similar to a high degree (see paragraph 99). In the light of all those elements and of the average inherent distinctiveness of the earlier mark, the Board of Appeal was able to conclude that there was a likelihood of confusion within the meaning of Article 8(1)(b) of Regulation 2017/1001 in the present case.