Gepubliceerd op donderdag 22 januari 2026
IEF 23233
Rechtbank Gelderland ||
23 dec 2025
Rechtbank Gelderland 23 dec 2025, IEF 23233; ECLI:NL:RBGEL:2025:11614 (de Stichting tegen [gedaagde]), https://reclameboek.minab.nl/artikelen/voorzieningenrechter-verbiedt-onrechtmatige-socialmediaberichten-en-legt-contactverbod-op

Voorzieningenrechter verbiedt onrechtmatige socialmediaberichten en legt contactverbod op

Rb. Gelderland 23 december 2025, IEF 23233; IT 5085; ECLI:NL:RBGEL:2025:11614 (de Stichting tegen [gedaagde]). In dit kort geding (verstek) vorderde Stichting Driegasthuizengroep (zorginstelling in de regio Arnhem) maatregelen tegen een familielid van bewoners, dat via diverse socialmediakanalen veelvuldig berichten, foto’s en video’s plaatste over vermeende misstanden in de ouderenzorg, waarbij hij (ook met naam/beeld) medewerkers en bestuurders van de Stichting en een zorglocatie betrok en derden opriep tot actie. De voorzieningenrechter past het klassieke afwegingskader toe bij de botsing tussen vrijheid van meningsuiting (art. 7 Gw en art. 10 EVRM) en het recht op bescherming van eer, goede naam en privacy (art. 10 Gw en art. 8 EVRM). Gelet op de aard en toon van de uitingen (ernstige beschuldigingen/verdachtmakingen, beledigingen, intimiderende en opruiende passages en het delen/vragen van persoonsgegevens), en de impact op betrokkenen en de zorgverlening, oordeelt de voorzieningenrechter dat de uitingen onrechtmatig zijn en dat de grenzen van art. 10 lid 2 EVRM ruimschoots zijn overschreden; het gaat niet om “gewone” kritiek of zorguitingen.

De vorderingen worden vervolgens grotendeels toegewezen: (i) een gebod om binnen 24 uur na betekening alle onrechtmatige uitlatingen (en uitlatingen van gelijke aard/strekking) over de Stichting/ParaGo, de zorglocatie en betrokken personen van zijn socialmedia-accounts te verwijderen, (ii) een contactverbod om bestuurders/medewerkers te benaderen (ook buiten de locatie) en een verbod om foto-, video- en geluidsopnames van of over hen te maken, en (iii) een verbod om zich op sociale media op dezelfde onrechtmatige wijze uit te laten én om derden via sociale media tot dergelijke uitlatingen te bewegen. Daaraan wordt een dwangsom van € 1.500 per dag (voor niet-nakoming van het verwijdergebod) dan wel per overtreding (voor de verboden) verbonden, met een maximum van € 30.000. De gevorderde eisvermeerdering (gebiedsverbod/gebiedsgebod) blijft buiten beschouwing omdat die niet was betekend. Over lijfsdwang oordeelt de voorzieningenrechter dat dit voor het verwijdergebod en het “bewegen van derden”-verbod nog niet is gerechtvaardigd, maar wél, onder voorwaarden, voor het contactverbod en het verbod op onrechtmatige socialmedia-uitlatingen: bij voortgaande overtreding na betekening én na het oplopen van € 10.500 aan dwangsommen kan gijzeling (max. 7 dagen per keer) volgen, tot een totaalmaximum van 1 jaar.

3.7.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de uitlatingen van [gedaagde] met de hiervoor weergegeven inhoud onrechtmatig zijn jegens de Stichting, ParaGo, haar medewerkers en bestuurders. De uitlatingen van [gedaagde] gaan veel verder dan het uiten van zorgen over of kritiek op (de kwaliteit van) de ouderenzorg. Het gaat om ernstige beledigingen, verdachtmakingen en beschuldigingen, rechtstreeks gericht tegen medewerkers en bestuurders van de Stichting en [zorglocatie] . Sommige berichten zijn bovendien ronduit bedreigend en intimiderend bedoeld en hebben daarnaast een opruiend karakter. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat [gedaagde] met zijn uitlatingen de grens die in artikel 10 lid 2 EVRM is gesteld aan de vrijheid van meningsuiting, ruimschoots heeft overschreden. Gelet op het voorgaande weegt het belang van de Stichting op bescherming van haar eer en goede naam en het recht van haar werknemers, bestuurders en andere betrokkenen om beschermd te worden tegen vergaande ongefundeerde beledigingen, beschuldigingen en bedreigingen en schending van hun privacy zwaarder dan het recht van [gedaagde] om zich publiekelijk te mogen uiten over (de kwaliteit van) de ouderenzorg of het gebrek daaraan, zeker op de wijze waarop hij dit heeft gedaan en nog altijd doet.

3.8.

De vorderingen van de Stichting komen de voorzieningenrechter dan ook niet ongegrond of onrechtmatig voor en zullen daarom grotendeels worden toegewezen, met dien verstande dat het geen algemeen en onbeperkt verbod inhoudt tot het doen van uitlatingen over (vermeende) misstanden in de ouderenzorg in zijn algemeenheid. De op te leggen veroordelingen zien specifiek op de uitlatingen (berichten, geluidsopnames, foto’s en video’s) van [gedaagde] op sociale media voor zover deze gaan over en gericht zijn tegen de Stichting, ParaGo, [zorglocatie] alsmede haar medewerkers en bestuurders, zoals hiervoor weergegeven in rov. 3.6., dan wel uitlatingen van gelijke aard en strekking (hierna verder aan te duiden als: de onrechtmatige uitlatingen).