Gepubliceerd op donderdag 22 januari 2026
IEF 23230
Rechtbank Gelderland ||
21 jan 2026
Rechtbank Gelderland 21 jan 2026, IEF 23230; ECLI:NL:RBGEL:2026:178 (ANP tegen [gedaagde in conv]), https://reclameboek.minab.nl/artikelen/vordering-anp-afgewezen-wegens-onvoldoende-onderbouwing-auteursrecht-op-foto

Vordering ANP afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing auteursrecht op foto

Rb. Gelderland 14 januari 2026, IEF 23230; ECLI:NL:RBGEL:2026:178 (ANP tegen [gedaagde in conv]). De Rechtbank Gelderland oordeelt dat ANP niet heeft aangetoond dat op de betrokken persfoto auteursrecht rust. ANP had gesteld dat een ondernemer inbreuk had gemaakt door een foto op haar website te plaatsen zonder naams- en bronvermelding en vorderde schadevergoeding wegens gederfde licentie-inkomsten en bijkomende schade. De kantonrechter stelt vast dat ANP op grond van een licentieovereenkomst bevoegd is om zelfstandig op te treden, maar overweegt dat voor auteursrechtelijke bescherming vereist is dat sprake is van een werk met een eigen oorspronkelijk karakter en het persoonlijk stempel van de maker (art. 1 en 10 Aw). ANP heeft echter onvoldoende concreet toegelicht welke creatieve keuzes de fotograaf heeft gemaakt en waarom de foto aan deze criteria voldoet, terwijl door de wederpartij vergelijkbare foto’s van hetzelfde nieuwsfeit zijn overgelegd en is aangevoerd dat de foto eerder zonder bronvermelding online heeft gestaan.

Nu het bestaan van auteursrechtelijke bescherming niet is komen vast te staan, wijst de kantonrechter de vorderingen van ANP af, evenals de daarmee samenhangende nevenvorderingen. In reconventie verklaart de kantonrechter voor recht dat geen sprake is van auteursrechtinbreuk, maar wijst hij de gevorderde schadevergoeding wegens vermeend onrechtmatig handelen van ANP af wegens onvoldoende onderbouwing. ANP wordt veroordeeld in de proceskosten: in conventie volgens het liquidatietarief en in reconventie op grond van artikel 1019h Rv, waarbij de rechtbank de opgevoerde kosten toetst op redelijkheid en evenredigheid en deze gedeeltelijk matigt.

4.10.

De kantonrechter ziet, gelet op hetgeen hiervoor in conventie reeds is overwogen, aanleiding om de door [gedaagde in conv] gevorderde verklaring voor recht toe te wijzen. Voor wat betreft het onder sub 2 in reconventie gevorderde is de kantonrechter van oordeel dat dit deel van de reconventionele vordering moet worden afgewezen: een verklaring voor recht dat ANP ‘wappert’ met auteursrecht is te onbepaald om te kunnen worden toegewezen.