DOSSIERS
Alle dossiers

Rechtspraak  

IEF 22972

Verzet afgewezen; verboden tegen onrechtmatige online uitingen blijven in stand

Rechtbank Oost-Brabant 25 sep 2025, IEF 22972; ECLI:NL:RBOBR:2025:5936 ([eiseres] tegen LID c.s.), https://reclameboek.minab.nl/artikelen/verzet-afgewezen-verboden-tegen-onrechtmatige-online-uitingen-blijven-in-stand

Rb. Oost-Brabant 25 september 2025, IEF 22972; ECLI:NL:RBOBR:2025:5936 ([eiseres] tegen LID c.s.). [eiseres] gaat in verzet tegen een verstekvonnis van 11 juni 2025 waarin zij wordt veroordeeld onrechtmatige uitingen over de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID) en drie betrokkenen te verwijderen en verwijderd te houden, geen persoonsgegevens van hen te publiceren en LID niet langer publiekelijk te beschuldigen. De voorzieningenrechter verklaart zich (mede) bevoegd via art. 102 Rv: de gestelde onrechtmatige uitingen verspreiden zich via sociale media en hebben (ook) effect binnen het arrondissement Oost-Brabant waar LID en de individuele betrokkenen werkzaam zijn. De rechter weegt vervolgens art. 10 EVRM (uitingsvrijheid [eiseres]) tegen art. 8 EVRM (eer en goede naam/persoons­sfeer LID c.s.) en stelt vast dat de zware beschuldigingen (diefstal, meineed, ambtsmisdrijven) geen steun vinden in voldoende aannemelijke feiten. Dat [eiseres] emotioneel reageert op de spoedbestuursdwang rond haar pony’s en berichten later verwijdert, rechtvaardigt de uitingen niet; CBB en RvO hebben de spoedbestuursdwang bovendien rechtmatig geacht. Het verzet is ontvankelijk maar faalt inhoudelijk.

IEF 22974

SOMO moet rectificeren wegens onvoldoende feitelijke basis voor persoonsgerichte aantijgingen

Rechtbank Den Haag 2 sep 2025, IEF 22974; ECLI:NL:RBDHA:2025:16353 ([eisers] tegen SOMO)), https://reclameboek.minab.nl/artikelen/somo-moet-rectificeren-wegens-onvoldoende-feitelijke-basis-voor-persoonsgerichte-aantijgingen

Rb. Den Haag 2 september 2025, IEF 22974; ECLI:NL:RBDHA:2025:16353 ([eisers] tegen SOMO). Drie Nederlandse zakenmannen vorderen rectificatie van een SOMO-artikel (22 mei 2025) waarin zij met naam en toenaam worden neergezet als sleutelfiguren achter leveringen door een Indiaas bedrijf aan Israëlische wapenfabrikanten, met verwijzingen naar (medeplichtigheid aan) genocide/oorlogsmisdaden. SOMO beroept zich op art. 10 EVRM (public-watchdog, publiek belang) en op latere aanpassingen van het stuk. De voorzieningenrechter weegt art. 10 EVRM af tegen art. 8 EVRM (bescherming eer, goede naam en persoonlijke levenssfeer) en oordeelt dat de vergaande, persoonsgerichte beschuldigingen onvoldoende feitelijke basis hebben. Cruciaal: de vermeende “douaneaangiften” blijken commerciële Globalwits-overzichten, diverse contactrollen/naamkoppelingen zijn onjuist (zelfs een overleden persoon staat als “Contact2”), en er ontbreekt concrete onderbouwing van persoonlijke, operationele betrokkenheid in 2023–2024; bovendien blijkt één eiser sinds 2022 geen relevante rol meer te hebben en zijn twee eisers slechts non-executive directors. Gezien de zwaarte en impact van de aantijgingen had SOMO meer verificatie en terughoudendheid moeten betrachten; latere correcties nemen de onrechtmatigheid niet weg. Spoedeisend belang is aanwezig.

IEF 22904

Uitspraak ingezonden door Jacqueline Schaap en Bram Bogaerts, Visser Schaap & Kreijger.

Uitlatingen over financiële steun niet onrechtmatig

Rechtbank Noord-Holland 10 sep 2025, IEF 22904; ECLI:NL:RBNHO:2025:10332 (De stichting tegen [gedaagde]), https://reclameboek.minab.nl/artikelen/uitlatingen-over-financiele-steun-niet-onrechtmatig

Rb. Noord-Holland 10 september 2025, IEF 22904; ECLI:NL:RBNHO:2025:10332 (De stichting tegen [gedaagde]). De Rechtbank Noord-Holland buigt zich over een geschil tussen de stichting Famula Boni en [gedaagde] naar aanleiding van uitlatingen in HP/De Tijd (30 oktober 2023) over de relatie tussen [betrokkene 1] (oud-VVD-leider) en [betrokkene 2]. [gedaagde], een neef van [betrokkene 1], verklaart dat [betrokkene 2] in een periode waarin zijn oom oud, ziek en kwetsbaar is op pijnlijke wijze financieel van hem profiteert en hem in drie jaar tijd €85.000 aan bankbetalingen en circa €20.000 contante opnames heeft “ontfutseld”. De stichting vordert een verklaring voor recht dat dit onrechtmatig is, rectificatie en schadevergoeding, zowel wegens aantasting van de reputatie van [betrokkene 1] als van [betrokkene 2]. De rechtbank verklaart de stichting echter niet-ontvankelijk voor zover de vorderingen de eer en nagedachtenis van [betrokkene 1] betreffen: de stichting is pas na de publicatie opgericht, is geen nabestaande en treedt ook niet namens nabestaanden op, zodat van een onrechtmatige daad jegens haar geen sprake kan zijn. Alleen de namens [betrokkene 2] ingestelde vorderingen worden inhoudelijk beoordeeld.

IEF 22906

Geheimhoudingsbeding negen keer geschonden

Rechtbank Oost-Brabant 13 aug 2025, IEF 22906; ECLI:NL:RBOBR:2025:5016 (Eiser tegen gedaagde), https://reclameboek.minab.nl/artikelen/geheimhoudingsbeding-negen-keer-geschonden

Rb. Oost-Brabant 13 augustus 2025, IEF 22906; ECLI:NL:RBOBR:2025:5016 (Eiser tegen gedaagde). Partijen zijn publieke figuren die na beëindiging van hun relatie een vaststellingsovereenkomst met geheimhoudingsbeding hebben ondertekend. Partijen twisten o.a. over de uitleg van het geheimhoudingsbeding, over de vraag of het beding nietig is vanwege strijd met de goede zeden en/of vernietigbaar is vanwege wilsgebreken. Eiser legt aan zijn vordering ten grondslag dat gedaagde het geheimhoudingsbeding heeft geschonden en daardoor een boete is verschuldigd. Gedaagde betwist dit omdat zij vindt dat het raad recht op vrijheid van meningsuiting prevaleert boven het privacybelang van eiser. Voordat de rechter hierover kan oordelen moet er eerst onderzocht worden wat partijen hebben bedoeld met het beding. Bij deze uitleg komt het aan op wat partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen, hebben afgeleid en van hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. De redelijkheid en billijkheid spelen hierbij een rol. Eiser beroept zich op de overtreding en moet dit dus ook bewijzen. 

IEF 22900

Conclusie A-G Hartlief: Zembla-uitzendingen over granuliet niet onrechtmatig jegens producent

Hoge Raad 29 aug 2025, IEF 22900; ECLI:NL:PHR:2025:911 ([eiseres] tegen Omroepvereniging BNNVARA), https://reclameboek.minab.nl/artikelen/conclusie-a-g-hartlief-zembla-uitzendingen-over-granuliet-niet-onrechtmatig-jegens-producent

Conclusie AG 29 augustus, IEF 22900; ECLI:NL:PHR:2025:911 ([eiseres] tegen Zembla). De zaak draait om uitzendingen van Zembla over het storten van granuliet in natuurplassen. [eiseres] stelt dat Zembla haar reputatie had geschaad door te beweren dat granuliet geen grond is, dat het productcertificaat BRL 9321 niet passend is en dat granuliet (mede door toevoeging van polyacrylamide) schadelijk kan zijn voor mens en milieu. Ook verzet zij zich tegen de ernstige beschuldiging van een oud-officier van justitie dat zij zich aan valsheid in geschrifte en economische delicten schuldig zou hebben gemaakt. De rechtbank acht die laatste uitlating onrechtmatig, maar het hof vernietigt dat oordeel en wijst álle vorderingen af. Het hof past de EHRM-criteria toe voor de afweging tussen art. 10 EVRM (vrijheid van meningsuiting) en art. 8 EVRM (bescherming van reputatie), en oordeelt dat de uitlatingen van Zembla voldoende steun vonden in regelgeving, interne stukken en wetenschappelijke rapporten. Daarbij leest het hof Zembla’s boodschap als: granuliet kan schadelijk zijn. Voor dat standpunt biedt het RIVM-rapport 2023 voldoende basis, ondanks door [eiseres] ingeroepen onderzoeken die het tegendeel zouden suggereren.

IEF 22833

Geen rectificatie na e-mail over grensoverschrijdend gedrag presentatrice: uitlatingen producent vinden voldoende feitelijke grondslag

Rechtbank Amsterdam 30 mei 2025, IEF 22833; ECLI:NL:RBAMS:2025:4462 (Eiseres tegen Gedaagden), https://reclameboek.minab.nl/artikelen/geen-rectificatie-na-e-mail-over-grensoverschrijdend-gedrag-presentatrice-uitlatingen-producent-vinden-voldoende-feitelijke-grondslag

Rb. Amsterdam 30 mei 2025, IEF 22833, IT 4929; ECLI:NL:RBAMS:2025:4462 (eiseres tegen gedaagde). Sinds 2018 presenteert eiseres een kinderprogramma voor AVROTROS. In 2023 krijgt ze de hoofdrol in de theaterversie van het programma, geproduceerd door gedaagde 1, waarvan gedaagde 2 bestuurder is. In augustus 2024 beëindigt gedaagde 2, namens gedaagde 1, de samenwerking met eiseres per e-mail aan AVROTROS. In die e-mail beschuldigt hij haar van grensoverschrijdend gedrag, het niet nakomen van afspraken, intimidatie, onprofessioneel gedrag en het creëren van een angstcultuur. Deze uitlatingen zijn volgens gedaagden gebaseerd op meldingen van medewerkers, klachten van theaters en eigen ervaringen van de producent. AVROTROS confronteert eiseres vervolgens met de inhoud van de e-mail, waarna haar contract wordt aangepast en onzekerheid ontstaat over verdere samenwerking. Eiseres stelt dat de beschuldigingen feitelijk onjuist zijn, dat haar reputatie is geschaad en dat zij vooraf niet is gehoord. Zij vordert onder meer een rectificatie aan AVROTROS en andere (eventuele) ontvangers van de e-mail, alsook inzage in wie de mail heeft ontvangen en afgifte van soortgelijke communicatie. Ook dagvaardt zij gedaagde 2 persoonlijk.

IEF 22825

Uitspraak ingezonden door Bertil van Kaam en Jacintha van Dorp, Van Kaam.

Fremantle en RTL winnen kort geding over uitzending stalking

Rechtbank Amsterdam 20 jun 2025, IEF 22825; ECLI:NL:RBAMS:2025:4458 (Eiseres tegen Fremantle en RTL), https://reclameboek.minab.nl/artikelen/fremantle-en-rtl-winnen-kort-geding-over-uitzending-stalking

Vzr. Rb. 20 juni 2025, IEF 22825; ECLI:NL:RBAMS:2025:4458 (Eiseres tegen Fremantle en RTL). In een zaak waarin twee personen elkaar beschuldigen van stalking, stonden Fremantle en RTL voor de rechter. In de aflevering wordt onderzoek gedaan naar de verhalen van beide personen. In de uitzending wordt tevens stilgestaan bij de verschillen tussen civielrechtelijke en strafrechtelijke bewijsvoering. De voorzieningenrechter oordeelt dat geen sprake is van een evidente onrechtmatigheid of onherstelbare schade die een preventief uitzendverbod rechtvaardigen. De conclusie is dat het recht op vrijheid van meningsuiting van Fremantle in dit geval zwaarder weegt dan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van eiseres.

IEF 22804

Uitspraak ingezonden door Arnout Groen en Pieter Lichtendahl, AC&R.

Vordering tot verwijdering en rectificatie van artikel over Arts & Zorg c.s. in Trouw afgewezen

Rechtbank Amsterdam 14 jul 2025, IEF 22804; (Arts en Zorg c.s. tegen DPG Media), https://reclameboek.minab.nl/artikelen/vordering-tot-verwijdering-en-rectificatie-van-artikel-over-arts-zorg-c-s-in-trouw-afgewezen

Vzr. Rb. Amsterdam 14 juli 2025, IEF 22804; C/13/770382 (Arts en Zorg c.s. tegen DPG Media). Arts en Zorg Groep staat aan het hoofd van een groep vennootschappen waar de rest van de eiseressen ook deel van uitmaken, namelijk Arts en Zorg Gezondheidscentra, RMD en GZA (hierna samen: Arts en Zorg c.s.). DPG Media is uitgever van het dagblad Trouw. In dit blad is op 29 april 2025 op de voorpagina een artikel gepubliceerd met als titel: “Medische zorg voor arrestanten wordt uitbesteed aan omstreden bedrijf”. Dit artikel gaat over de keuze van de politie om medische zorg voor arrestanten landelijk uit te besteden aan Arts en Zorg c.s. Het artikel beschrijft hoe Arts en Zorg c.s. eerder in gebreke is gebleven bij de zorg voor asielzoekers, waarbij GZA niet in staat was om aan iedereen zorg te bieden, ondanks dat dit wel een randvoorwaarde was van het Centraal Orgaan Asielzoekers. Arts en Zorg c.s. vorderen in deze procedure dat dit artikel wordt verwijderd en dat er een rectificatie wordt geplaatst. Zij is het oneens met een aantal uitlatingen in het artikel. Zo zou Arts en Zorg c.s. er onterecht van worden beschuldigd dat zij eerder geen goede zorg hebben geboden aan asielzoekers. Dit is ongegrond volgens Arts en Zorg c.s. Verder voert Arts en Zorg c.s. aan dat haar eer en goede naam met dit artikel wordt aangetast.

IEF 22799

Uitspraak ingezonden door Patty de Leeuwe, Visser Schaap & Kreijger.

Voorzieningenrechter wijst vordering tot preventief uitzendverbod voor programma 'Bureau Onterecht' af

Rechtbank Noord-Holland 26 jul 2025, IEF 22799; C/15/366577 (Long Island Yachts B.V. tegen AoC en Talpa Network), https://reclameboek.minab.nl/artikelen/voorzieningenrechter-wijst-vordering-tot-preventief-uitzendverbod-voor-programma-bureau-onterecht-af

Vzr. Rb. Noord-Holland 26 juni 2025 (kop-staart), 10 juli 2025 (uitwerking), IEF 22799, IT 4909; C/15/366577 (Long Island Yachts B.V. tegen AoC en Talpa Network). De voorzieningenrechter beslist in dit kort geding onder andere over de vordering van Long Island Yachts B.V. (hierna: LIY c.s.) tot het verbieden van de uitzending van een item over dit bedrijf in het tv-programma Bureau Onterecht op 26 juni 2025. Dit is een programma van Talpa, geproduceerd door Acts of Crime (hierna: AoC). LIY c.s. hebben hun vorderingen tegen AoC onder meer gebaseerd op de stelling dat AoC de uitzending heeft geproduceerd en dat LIY c.s. daarin ten onrechte worden beschuldigd van (onder meer) oplichting van schuldeisers van de failliete vennootschap Lobsterboats Holding B.V. (hierna: Lobsterboats). AoC heeft in reactie daarop aangevoerd dat in de uitzending aan de orde zal komen dat zij onderzoek heeft gedaan op basis van onder meer gesprekken met zeven schuldeisers van Lobsterboats. Vanwege het spoedeisende karakter van de vordering van LIY c.s. werd op 26 juni 2025 een kop-staartvonnis gepubliceerd, waarna de uitwerking hiervan volgde. 

IEF 22773

 Uitspraak ingezonden door Jordi Bierens en Quirine van der Bent, Pels Rijcken.

Rechter wijst vorderingen Wonderbox af: kritiek Consumentenbond op Wonderbox toelaatbaar

Rechtbank Den Haag 16 jun 2025, IEF 22773; ECLI:NL:RBDHA:2025:10948 (Wonderbox tegen de Consumentenbond), https://reclameboek.minab.nl/artikelen/rechter-wijst-vorderingen-wonderbox-af-kritiek-consumentenbond-op-wonderbox-toelaatbaar

Rechtbank Den Haag 16 juni 2025, IEF 22773, RB 3916; ECLI:NL:RBDHA:2025:10948 (Wonderbox tegen de Consumentenbond). Eind 2023 voerde de Consumentenbond een onderzoek uit naar diverse belevenisbonnen, waaronder die van Wonderbox. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft Wonderbox  maatregelen genomen ter verbetering.  De Consumentenbond vond deze maatregelen onvoldoende en startte een procedure bij de RCC. Het oordeel van de RCC luidde, kort gezegd, dat de verpakking in strijd was met het misleidingverbod en de prijsvermeldingsregel. Wonderbox verwijderde daarop het product uit de schappen en stelde een actieplan op voor verdere aanpassingen. Ondanks toezeggingen van Wonderbox bleef de Consumentbond kritisch en publiceerde hij in april 2025 een artikel in de Consumentengids en een nieuwsbericht op zijn website over de belevenisbonnen van Wonderbox. Volgens Wonderbox bevat het artikel meerdere feitelijke onjuistheden en misleidende beweringen die haar reputatie ernstig schaden. Daarnaast acht zij de publicatie ongepast, gezien de context en het moment van verschijnen. Zij stelt dat het artikel geen recht doet aan de wijze waarop zij in de afgelopen anderhalf jaar heeft geopereerd en verbeteringen heeft doorgevoerd. Wonderbox vordert verwijdering van het artikel en het nieuwsbericht van de website van de Consumentenbond en eist dat deze permanent ontoegankelijk blijven. Daarnaast wil zij een rectificatie, zowel per e-mail aan leden als in de eerstvolgende editie van de Consumentengids. Ook vordert zij een dwangsom voor iedere dag dat de Consumentenbond in gebreke blijft, een verbod op toekomstige onjuiste of misleidende uitlatingen over haar belevenisbonnen, en vergoeding van de proceskosten. De Consumentenbond voert verweer.