Einde handelsnaamgebruik Glassconnect en toegang factuurportaal ter afhandeling
Vzr. Rechtbank Limburg 29 oktober 2015, IEF 15407; ECLI:NL:RBLIM:2015:9159 (Glassconnect)
Handelsnaamrecht. Contractenrecht. Na het einde van de samenwerkingsovereenkomst vordert Glassconnect met succes dat gedaagden geen gebruik maakt van haar naam, de bedrijfsmiddelen c.q. het reclamemateriaal dat hij nog bezit. Gedaagde wil in reconventie een redelijke termijn om in zijn eigen deel de openstaande facturen af te handelen en zo nodig problemen op te lossen. Glassconnect moet volledige en ongelimiteerde toegang verschaffen tot het gedeelte van gedaagden in de webapplicatie betreffende het factuurportaal van GlassConnect voor de periode van maximaal acht weken.
4.3. Ter zitting heeft de heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] , desgevraagd door de voorzieningenrechter, uitdrukkelijk verklaard dat het royement hem dwars zit vanwege het feit dat in de samenwerkingsovereenkomst een regeling ontbreekt inzake de kredietovereenkomst. Hij wil echter geen lid meer blijven van de coöperatie, want de verhoudingen zijn te ernstig verstoord. Ook heeft de heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] ten overstaan van de voorzieningenrechter verklaard dat hij geen recht heeft op het gebruik van de naam Glassconnect, omdat er geen andere afspraken over zijn gemaakt. Voorts heeft de heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] aangegeven dat hij toegang wenst tot het registratiesysteem voor zover dat nodig is om (problemen met) de reeds geregistreerde facturen af te handelen. Hij wenst geen gebruik meer te maken van de faciliteit voor het opmaken van nieuwe facturen.
4.4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat gelet op deze verklaringen ter zitting, althans het niet (langer) weerspreken van de vorderingen dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] geen gebruik meer mag maken van de naam Glassconnect en van de bedrijfsmiddelen c.q. het reclamemateriaal dat hij nog in zijn bezit heeft, de vorderingen in conventie onder 1 en 2 van het petitum kunnen worden toegewezen, met dien verstande dat de termijnen om daaraan te voldoen worden aangepast en de dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd, als in het dictum weergegeven. Een en ander met in achtneming van hetgeen in reconventie wordt beslist.
5.1. Ten overstaan van de voorzieningenrechter heeft de heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] , desgevraagd, verklaard dat hij geen ongelimiteerde toegang wenst tot het registratiesysteem. Hij wil een redelijke termijn om in zijn eigen deel de openstaande facturen af te handelen en zo nodig problemen op te lossen. De heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] heeft aangegeven dat een termijn van twee maanden volstaat. Hij verklaart het systeem niet te willen gebruiken als administratie of voor het aanmaken van nieuwe facturen. Hij wil immers niet langer onderdeel zijn van de coöperatie en heeft bij gebruik van het systeem geen belang meer.
6.2. (...) veroordeelt [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] tot nakoming van artikel 23 lid 2 van de samenwerkingsovereenkomst en gebiedt [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] elke vermelding van het woord GlassConnect behorend bij handelsmerk, handelsnaam, embleem, gebruiksmodel, tekening, auteursrecht, knowhow (voor zover deze niet tot het publieke domein behoort), reclame, slagzin, GlassConnect Formule etc. te staken en voortaan alles te vermijden wat de indruk zou wekken dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] nog tot uitoefening overeenkomstig het systeem of tot de gebruik van de naam, het embleem en andere kenmerken gerechtigd zou zijn, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag voor elke dag dat dit gebod wordt overtreden, met een maximum van € 10.000,00,
6.4. veroordeelt Glassconnect tot het verschaffen van volledige en ongelimiteerde toegang van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] tot het gedeelte van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in de webapplicatie betreffende het factuurportaal van GlassConnect voor de periode van maximaal acht weken vanaf de betekening van dit vonnis, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag voor elke dag dat dit gebod wordt overtreden, met een maximum van € 5.000,00,
Mediarecht. Het hof van discipline bekrachtigt de door de raad ongegronde verklaarde klacht [
Mediarecht. Concurrentie. Meningsuiting. Eer en goede naam. In kort geding [
Uitspraak mede ingezonden door Marc de Boer,
Onrechtmatige uitlatingen. Ambachtzorg heeft thuiszorg verleend aan de ouders van gedaagden, daarbij ondersteund door vier zussen. Gedaagden hebben een klacht ingediend tegen Ambachtszorg over de zorg van hun vader. De zussen hebben bepaald dat gedaagden niet meer op bezoek mochten komen. Gedaagden hebben verschillende media uitlatingen over deze situatie gedaan. De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet zeker kan worden uitgesloten dat de rechten van de vader, waaronder het recht op vrjiheid, privacy en zelfbeschikking, mede door Ambachtzorg opgesteld, bezoekregime en de uitvoering daarvan zijn geschonden. De uitlatingen omtrent het zeer strenge verpleegregime van de vader en de oudermishandeling, kunnen dan ook niet als onrechtmatig worden bestempeld. Ambachtzorg kan wel een vergoeding krijgen voor de uitingen gedaan op de eigen facebook-pagina van gedaagde voor zover zij hierdoor schade hebben geleden. De vorderingen worden afgewezen.
Onrechtmatige publicatie. Appellant en geïntimeerde zijn broers en hebben een vaststellingsovereenkomt gesloten in tussen hen gerezen geschillen met een verbod tot het doen van negatieve uitlatingen over elkaar. Appellant wordt neergezet als een crimineel zonder dat daarvoor enig bewijs is. Volgens het Hof had van geïntimeerde mogen worden verwacht dat hij zijn betwisting van het gesteld verband tussen de Stichting Horecafraude en de website nader had toegelicht of onderbouwd waardoor een verband vaststaat. De publicaties zijn verricht vanuit de stichting waarvan o.a. geïntimeerde het bestuur vormde en verantwoordelijk was. De uitingen op website 1 en 2 moeten worden verwijderd, maar de vorderingen voor website 3 worden afgewezen. Met betrekking tot de ernst van de te verwachten gevolgen van publicatie van de uitingen heeft appellant gesteld dat hij van alle negatieve berichtgeving over hem op internet daadwerkelijk hinder ondervindt. Vanwege de herhaalde negatieve uitingen is het voor geïntimeerde een extra prikkel om zich aan de veroordeling te houden. Uiting 18, 24,26, 38, 47, 49, 51, 54 tot en met 57 en 59 tot en met 62 te verwijderen en verwijderd te houden.
Handhaving. Verweerster Delta Center verhuurt als huurder van een marktterrein in Praag plaatsen op die markt aan onderhuurders (marktkramers). In de standaardovereenkomst is opgenomen dat de marktkramers zich moeten houden aan de geldende regelgeving, en wordt gewaarschuwd voor inbreuk op intellectuele eigendomsrechten door verkoop van nagemaakte goederen.
Uitspraak ingezonden door Katelijn van Voorst,
IE-Recht. Contracten. Merces levert aan Scholengroep Spinoza en Stichting Digitaal Leren programmatuur op het gebied van personeels-, salaris- en financiële administratie. Merces biedt voortaan het administratiepakket HR2day aan in plaats van Merces@Work. Kern van het geschil is of Spinoza en Stichting Digitaal Leren op grond van art. 13 lid 1 sub c van de Algemene Voorwaarden van Merces de overeenkomst konden beeïndigen daar Merces per dezelfde datum haar gebruiksrecht op intellectuele eigendomsrecht van Merces@Work heeft beëindigd. De voorzieningenrechter oordeelt dat uit de tekst van het artikel niet valt af te leiden dat het alleen is geschreven voor de situatie waarin er door Merces geen andere intellectuele eigendomsrechten kunnen worden ingezet. Nu het beëindigen van het gebruik van Merces@Work ook gevolgen heeft voor Spinoza en Stichting Digitaal Leren, is het redelijk te veronderstellen dat zij de dienstverleningsovereenkomst mochten beëindigen. De voorzieningenrechter verbiedt Merces nog werkzaamheden voor Spinoza en Stichting Digitaal Leren uit te voeren en daarvoor facturen te sturen.