Bewijsbeslag niet opgeheven tot is beslist over afgifte/inzagerecht
Vzr. Rechtbank Gelderland 27 mei 2015, IEF 15142; ECLI:NL:RBGEL:2015:4710 (Mas Coatings tegen PPG Industries)
Bewijs. Procesrecht. Afwijzing van de vordering tot opheffing van het bewijsbeslag. Gedaagden hebben er belang bij dat bewijsmateriaal veilig gesteld blijft totdat is beslist of zij recht op afgifte of inzage daarvan hebben. Het belang van eiseressen om dat te voorkomen weegt daartegen niet op. De voorzieningenrechter verbiedt gebruik te maken van de beslagen documentatie anders dan ten behoeve van bewijsvoering door PGG.
De voorzieningenrechter
5.1. verbiedt PPG c.s. hoofdelijk, anders dan ten behoeve van de bewijsvoering door PPG c.s. in het onderhavige geschil met MAS c.s., gebruik te maken van alle documentatie en onderzoeks- en/of analysegegevens met betrekking tot de in beslag genomen monsters die zij reeds hebben vergaard en/of opgesteld of nog zullen vergaren en/of opstellen,
5.2. veroordeelt MAS c.s. hoofdelijk, met dien verstande dat indien en voor zover de één betaalt ook de ander daardoor is bevrijd in de proceskosten, aan de zijde van PPG c.s. tot op heden begroot op € 1.429,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
5.3. veroordeelt MAS c.s. hoofdelijk, met dien verstande dat indien en voor zover de één betaalt ook de ander daardoor is bevrijd, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat MAS c.s. niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,
Schadestaatprocedure. Begroting schade ten gevolge van niet-nakoming verplichting tot op naam van eiser stellen octrooi. Schadepost (a) - de schade bestaande uit gederfde positieve contractwaarde van de licentieovereenkomst - wordt toegewezen. De concept licentie-overeenkomst tussen Inno Nautic en Vetus omschreven de royalties in drie tranches een bedrag van €150.000. De overige schadeposten - kosten herstelprocedures, verlies van de mogelijkheid tot verkrijgen van octrooibescherming in andere landen, schade als gevolg van het faillissement van Inno Nautic en kosten voor de schadebegroting - worden afgewezen.
Uitspraak ingezonden door Margot van Gerwen en Charlotte Garnitsch,
Art. 843a Rv. Inzage. Bewijs. Faillissement. Dieseel vordert van de curator, na faillissement van Schoenenreus, dat gedogen van het beslag en inzage voor het verrichten van onderzoek aan iedere basketbalschoen. De schoenen waren verkocht en geleverd aan een derde nog voor er beslag op werd gelegd. Dieseel is in vrijwaring gedagvaard en de bewijslast van Schoenenreus rust ook op haar. Echter ex 27 lid 2 Fw had Dieseel ook ontslag van instantie kunnen aanvragen, het vrijwaringsgeding is niet door de curator overgenomen. De vordering tot het beschikking krijgen over de schoenen voor onderzoek vindt geen basis in 843a Rv, schoenen zijn geen bescheiden. De schoenlabels en codes maken onderdeel uit van die schoenen en kunnen niet op zichzelf worden bezien. De vorderingen worden afgewezen.
Merkenrecht. Bewijs. Eerder
Uitspraak mede ingezonden door Arnout Gieske, Marco Gerritsen,
Beschikking ingezonden door Mark Egeler,