AG kiest voor Rome-I bij overdracht exclusieve gebruiksrechten op foto’s
Oberlandsgericht Düsseldorf 23 april 2026, IEF23543; ECLI:EU:C:2026:349 (IU tegen BT). In deze zaak staat de vraag centraal welk nationaal recht geldt voor de formele geldigheid van een auteursrechtlicentie wanneer een derde die geldigheid betwist in een procedure over auteursrechtinbreuk. BT, een Duitse verkoper van autoaccessoires, staat tegenover concurrent IU. Tussen 2014 en 2018 liet BT in Polen productfoto’s maken van automatten door een Poolse fotograaf. De echtgenoot van BT bracht de automatten steeds naar de studio. Daarna kreeg BT de foto’s op een USB-stick. Partijen spraken mondeling af dat BT de foto’s mocht gebruiken voor eBay-aanbiedingen. Een schriftelijke overeenkomst kwam er niet. IU gebruikte dezelfde foto’s later in eigen eBay-aanbiedingen zonder toestemming van BT. BT stapte daarom naar de Duitse rechter wegens auteursrechtinbreuk. De Landgericht gaf BT gelijk. Volgens de rechter had de fotograaf exclusieve gebruiksrechten aan BT overgedragen. IU maakte dus inbreuk door de foto’s zonder toestemming te reproduceren. In hoger beroep betoogde IU dat BT niet mocht procederen. Volgens IU was de overdracht of exclusieve licentie ongeldig. Pools recht bepaalt namelijk dat een overdracht van auteursrechten schriftelijk moet gebeuren. Omdat partijen alleen een mondelinge afspraak maakten, zou geen geldige overdracht of exclusieve licentie bestaan. BT maakte onderscheid tussen de formele geldigheid van de overdracht van auteursrechten en de geldigheid van de overeenkomst daaronder. Volgens BT geldt voor die overdracht artikel 8 lid 1 van de Rome II-Verordening. Daardoor zou het recht gelden van het land waarvoor bescherming wordt ingeroepen. Omdat BT bescherming vraagt in Duitsland, zou Duits recht van toepassing zijn. Volgens de verwijzende rechter kent het Duitse auteursrecht geen schriftelijkheidsvereiste voor een overdracht of exclusieve licentie als deze. De Oberlandesgericht Düsseldorf legde vervolgens twee prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie. De Duitse rechter wil weten of artikel 8 lid 1 Rome II ook geldt voor de formele geldigheid van een overdracht van exclusieve gebruiksrechten op auteursrechtelijk beschermde foto’s. Als dat niet zo is, wil de rechter weten of de Rome I-Verordening geldt, vooral de artikelen 4 en 11 over het toepasselijke recht en de formele geldigheid van overeenkomsten.